Gedichten Tess

 
NIEMAND
Ik heb me altijd al voorgedaan als niemand
Een persoon die er wel was
Maar eigenlijk niet bestond
 
Ik dwong mezelf
In een hoekje te duwen
Een schaduw te worden
 
Maar nu na die jaren van verdriet
Ben ik het beu
Maar ik kan niet stoppen
 
Het is zo normaal geworden
Dat ik niet anders weet
Dus ik kan nergens heen
 
Daar wil ik heen
Nergens
Misschien is dat de enige uitweg
 
 
BRUG
Een hand reikt naar je uit
Maar de kloof is te breed
De ruimte ertussen 
Is meters lang
 
Het is moeilijk
Om een brug te maken
En na het maken van de onderdelen
Zal deze toch weer instorten
 
De kloof lijkt oneindig
Je kijkt er maar naar
En soms heb je de neiging
Om je er in te laten vallen
 
De kracht houd je aan het werk
Om weer te beginnen aan de brug
Die toch weer zal instorten
In de oneindige kloof
 
Geloven houd je overeind
Om niet te vallen
En te kijken
Naar de overkant
 
Hoe lang zal het nog duren
Voordat de brug klaar is?
Maar bovenal
Voordat je er over kan lopen
 
 
GLAS
Soms zit pijn diep begraven
Zo diep dat alleen de echo te horen is
Het staat in je gedachten gegrafeerd
En de letters zijn moeilijk weer te vullen
 
Af en toe word de echo teruggekaatst
Deze momenten zijn erg zeldzaam
Daarmee stippel je je pad uit
Het pad dat word gelegd door hoop
 
Je hebt al veel bergen beklommen
Maar ook veel afgronden achter je gelaten
Het makkelijkste is te kijken hoe diep deze afgronden zijn
Maar het makkelijkste is bijna nooit het beste
 
Je keel word dichtgeknepen
Net zoals je eigenheid
Het glas om je heen word steeds waziger en dikker
Waardoor je in een hoek word gedreven
 
Iedereen loopt langs je en kijkt je aan
Maar ze zien je niet
Er is te veel massa
En te weinig hoop
 
Glas kan ook breken
Als je er maar hard genoeg op slaat
Maar dit is geen gewoon glas
Dit glas is bijna niet te doorbreken
 
Ooit zal er een deur verschijnen
Die je bevrijd van de kou
Maar misschien is de tijd dan al wel om
En beweegt de kou al door je heen