Carla: ‘Symmetrie is voor iemand met BDD een ramp. Er staat altijd wel ergens een haar scheef. Of zit er links eentje een beetje anders dan rechts.’

 

Carla heeft BDD. Ze weet het sinds 2005. Ze vermoedde wel dat er iets met haar aan de hand was, maar BDD… Ze kende dat begrip niet eens. Tot ze een boek over dwangstoornissen te pakken had, het laatste hoofdstuk! Toen ze dat gelezen had wist ze het. Al de volgende dag zocht ze hulp.

 

Uren voor de spiegel

Carla walgde van haar uiterlijk. Niet vreemd voor iemand met BDD. Haar zwakke plek: het haar. Uren bracht ze door voor de spiegel. Er mocht geen haartje verkeerd zitten. En alles volledig symmetrisch. Naar haar werk (ze was onderwijzeres) zeulde ze op een gegeven moment een overlevingspakket mee. Met kammen, spiegels, haarlak en een föhn. En een paraplu voor het geval het ging regenen. Zelfs haar weerspiegeling in de winkelruit benutte ze voor een check. ‘Het zal toch nog wel in model zitten?’

‘Ik was 14 toen de kiem werd gelegd’

Sinds 2005 is Carla in therapie. Soms intensief, soms een tijdje wat minder. Stukje bij beetje kwam de bron van alle ellende aan het licht. Een traumatische ervaring op haar veertiende, op het speelplein. Een kring van kinderen die haar bespotten en uitlachten. En de volgende dag velletjes papier in de bomen. Carla: ‘Er was een hoofd op getekend met daaronder de tekst: Wie wil er trouwen met het lelijkste meisje van de school?’ Een gevoel van totale vernedering groeide in korte tijd uit tot de zwaarste vorm van BDD. Carla: ‘Een constante schaamte voor mijn uiterlijk. Vooral voor m’n hoofd. Dat stond immers op die tekening. Maar wat kon ik nou veranderen aan mijn hoofd? Niet zoveel, behalve dan aan m’n haren. Het begon met wat experimenteren. Een krulletje erin, toch weer eruit. Wat föhnen, bijwerken. Checken. Kammen, weer föhnen, een beetje lak. Steeds uitgebreider, steeds langer en vaker. Zo namen de rituelen ongemerkt bezit van m’n bestaan. Dramatisch!’

Tussen 14 en 18 veranderde mijn leven

In vier jaar tijd ontwikkelde Carla een totaal ander leven. Dingen die ze niet perse hoefde, ging ze vermijden. Carla: ‘Een feestje? Niemand is dan verbaasd als je niet op komt dagen. Een middagje zwemmen, dat was al snel niet meer mogelijk. Een dagje uit: “Nee toch maar niet.” Ik werd steeds handiger in het bedenken van smoezen. (…) In het begin had ik nog wel vriendinnen, maar toen ik het steeds vaker af liet weten werden dat er al snel minder.’ ’s Ochtends hield ze de badkamer lang bezet voor haar experimenten en rituelen. Om niet in conflict te komen met de andere gezinsleden begon ze steeds vroeger. Uiteindelijk stond ze om zes uur al voor de spiegel. Carla: ‘De föhn werd m’n grote vriend, maar ik wist dat iedereen daar wakker van werd en dat die stoorde op de wekkerradio van mijn vader. Ik was constant bang voor boze woorden (…) De rituelen breidden zich uit, werden ingewikkelder, kostten steeds meer tijd.’

‘De slechtste week van m’n puberteit’

Na het voortgezet onderwijs volgde de pabo. Over het kennismakingsweekend waarmee de opleiding begon, lag ze de hele zomer wakker. Niet ten onrechte. Carla: ‘Het werd de slechtste week uit m’n puberteit. Ik miste m’n eigen ruimte. (…) Niemand mocht m’n rituelen zien, want dan zou ik meteen ontmaskerd worden. Maar meer dan een uur eerder opstaan kon ik niet verantwoorden. Hoe kon ik me desondanks vertonen zonder afgekeurd te worden zoals destijds? Daar was ik bang voor. Ze zouden me meteen afmaken. Het is niet gebeurd, maar die angst was er wel. Elke minuut van die week!’

‘Ik heb zelfs een tijd zittend geslapen’

Nadat ze een baan als onderwijzeres kreeg, ging ze op zichzelf wonen. Zulke ingrijpende gebeurtenissen leidden haar wat af. Ze was dan gedwongen haar aandacht te verleggen. Dat gebeurde ook toen ze verliefd werd. Maar zodra er maar enige routine ontstond, stak de BDD weer op.

Ondanks haar vroege opstaan kwam ze constant tijd tekort. Als snel kreeg ze het etiketje ‘langslaper’. Carla: ‘Ik heb zelfs een periode zittend geslapen, zodat m’n haar in model bleef en het me de volgende dag minder tijd zou kosten. En ik nam een spiegel in de klas om te kunnen checken of het nog wel goed zat. In de pauze snel naar het toilet om m’n haar te doen. Eerst één minuutje, maar al snel 2, 3, 4 minuten! Op een gegeven moment zat ik er de hele middagpauze. Ook tijdens de lessen ging ik even naar het toilet, om te checken. Maar ik had wel de verantwoordelijkheid voor m’n klas. Daar ging er ondertussen natuurlijk wel eens wat mis. Ik voelde me er vreselijk slecht onder.’

Met Carla gaat het momenteel redelijk. Een poging om de medicatie af te bouwen en te stoppen met therapie (in 2006) leidde tot terugkeer van angsten en rituelen. Inmiddels volgt ze EMDR-therapie in het LUMC, bij Yanda van Rood. Werken is er voor haar voorlopig niet bij.